Geef de pen door aan… met Willemijn Kallenberg

In de nieuwsbrief van de N.A.S.F. besteden we iedere maand aandacht aan een N.A.S.F. lid door een aantal vragen te stellen. Zo komen we allemaal meer te weten over andere leden binnen de N.A.S.F. Aan het einde mag diegene iemand anders aanwijzen voor de volgende “Geef de pen door aan…” Deze maand: Willemijn Kallenberg, plaatsvervangend consul generaal op het Nederlandse CG in Miami:

“Mijn naam is Willemijn Kallenberg, ik kom uit Leiderdorp en ben 42 jaar oud. Ik ben altijd dol geweest op reizen, om me langere tijd onder te dompelen in een andere cultuur. Op mijn 18de vertrok ik voor het eerst naar het buitenland, als au pair naar Florence, alleen met de trein het avontuur tegemoet, zwerende dat ik nooit meer terug naar Leiderdorp zou komen! Na mijn studies Europese Beroepen Opleiding en Internationaal Recht, kwam ik in 1997 bij het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag terecht. Voor BZ heb ik veel gereisd en o.a. gewerkt op de ambassades in Islamabad (Pakistan), Tbilisi (Georgië) en Rome (Italië). Tijdens een vakantie in Cuba kwam ik in 2005 mijn Cubaanse man Ricardo tegen. In Rome zijn onze kinderen, Valentijn (7) en Yasmin (6) geboren. Na Rome zijn we met het gezin in Leiderdorp gaan wonen, dicht bij de familie. Ik heb geleerd nooit “nooit” te zeggen! De komende vier jaar werk ik als plaatsvervangend consul generaal op het Nederlandse CG in Miami. Leiderdorp mis ik niet maar mijn vriendinnen en familie en de Albert Heijn wel. Het latino sfeertje van Miami voelt als een warm bad. Miami zou wel met wat minder auto’s kunnen; ik krijg op straat veel bewonderende blikken naar mijn vouwfiets. Ik kijk uit naar de Sinterklaasviering van de N.A.S.F. want mijn kinderen maakten zich voor de verhuizing toch wel zorgen of Sinterklaas ook naar Miami zou komen. Op mijn bucketlist staat het samen met mijn vriendinnen in een bejaardenhuis wonen en al kletsend onze laatste dagen slijtend. Maar eerst ga ik van Miami en de regio genieten! Ik geef de pen door aan Miami-nieuwkomer David Smith.”